Jade is geen enkel mineraal maar een verzamelnaam voor twee verschillende, uiterlijk vergelijkbare gesteenten: jadeiet, een natrium-aluminiumpyroxeen met formule NaAlSi2O6 en hardheid 6,5 tot 7, en nefriet, een vezelige amfibool uit de tremoliet-actinolietreeks met hardheid 6 tot 6,5.

| Kenmerk | Jadeiet | Nefriet |
|---|---|---|
| Samenstelling | NaAlSi2O6 | Ca2(Mg,Fe)5Si8O22(OH)2 |
| Mineraalgroep | Pyroxeen | Amfibool (tremoliet-actinoliet) |
| Kristalstelsel | Monoklien | Monoklien |
| Hardheid (Mohs) | 6,5 tot 7 | 6 tot 6,5 |
| Dichtheid | 3,25 tot 3,40 g/cm3 | 2,90 tot 3,03 g/cm3 |
| Structuur | Korrelig, dicht ineengegroeid | Vezelig, dicht gevlochten; taaier |
| Kleur | Wit, groen, lavendel, oranje, zwart | Crème tot spinaziegroen, grijsgroen, zwart |
| Glans | Vetachtige tot glasglans na polijsten | Vetachtige tot zijdeglans |
| Belangrijkste vindplaatsen | Hpakant in Kachin (Myanmar), Motagua-vallei (Guatemala) | Hetian in Xinjiang (China), Brits-Columbia (Canada), Siberië, Nieuw-Zeeland |
Wat is het
Tot 1863 gold jade als één steen. In dat jaar stelde de Franse mineraloog Alexis Damour vast dat het materiaal dat in China en Europa als jade werd verhandeld, twee chemisch geheel verschillende gesteenten omvatte. Sindsdien heten ze jadeiet en nefriet, en zijn dat de enige twee materialen die de naam jade mogen dragen.
Jadeiet is een pyroxeen: natrium, aluminium, silicium en zuurstof in een keten-silicaatstructuur. Nefriet is een amfibool uit de tremoliet-actinolietreeks, met calcium, magnesium en ijzer, en met hydroxylgroepen in het rooster. In beide gevallen is niet één groot kristal aan het werk, maar een dichte massa van talloze microscopische kristallen die door elkaar heen zijn gegroeid.
Juist die opbouw verklaart waarom jade voor de mens zo bijzonder bruikbaar is. Jadeiet is met 6,5 tot 7 harder dan nefriet, maar nefriet is taaier: de kristallen zitten er als een gevlochten vezelmat in elkaar, waardoor een breuk zich niet door het materiaal kan voortplanten. Je kunt een nefrieten bijl op een steen slaan zonder dat hij splintert, terwijl een even harde kwarts in stukken zou springen. Hardheid en taaiheid zijn dus twee verschillende dingen, en jade is het schoolvoorbeeld van dat onderscheid, en dat verklaart de hele culturele geschiedenis van deze steen: jade was werktuig voordat het sieraad werd.
Kleur komt van sporen. Bij jadeiet geeft chroom het felle, doorschijnende groen van imperial jade, ijzer een grijzer groen en mangaan een lavendeltint. Bij nefriet bepaalt het ijzergehalte de kleur: weinig ijzer geeft het roomwitte “mutton fat”-type, veel ijzer het donkere spinaziegroen.
Hoe het ontstaat
Beide soorten jade zijn metamorf, maar ze vormen zich onder heel verschillende omstandigheden.
Jadeiet hoort bij subductiezones: plekken waar een oceanische plaat onder een andere plaat wegduikt. Diep in zo’n zone heerst hoge druk bij relatief lage temperatuur, een combinatie die weinig mineralen verdragen. Jadeiet vormt precies daar, vaak in gesteenten die serpentiniet heten, en wordt later door tektonische beweging weer omhooggebracht. Dat verklaart waarom jadeiet zo zeldzaam is en waarom vindplaatsen wereldwijd op de vingers van twee handen te tellen zijn: je hebt een oude, opgeheven subductiezone nodig.
Nefriet ontstaat waar magnesiumrijk gesteente, zoals serpentiniet of dolomiet, in contact komt met siliciumrijke vloeistoffen langs een breuk of een intrusiecontact, terwijl bij matige druk en temperatuur groeien dan amfiboolvezels die zich in alle richtingen door elkaar vlechten. Nefriet komt daardoor op meer plekken voor dan jadeiet, meestal in langgerekte zones langs oude breuken.
Beide soorten worden vaak niet in vast gesteente gewonnen maar als rolstenen uit rivierbeddingen. Dat is geen toeval: de rivier doet het voorwerk. Zwakke, scheurige brokken breken onderweg kapot, en wat na kilometers rollen nog heel is, is per definitie het taaiste materiaal. De klassieke witte jade van Hetian werd eeuwenlang zo uit de rivieren van de Kunlun geraapt.
Waar het vandaan komt
Vrijwel alle jadeiet van sieraadkwaliteit komt uit één gebied: het district Hpakant in de staat Kachin in het noorden van Myanmar. Die dominantie is bijna volledig en wordt in vakbronnen op ruim negentig procent van de wereldproductie geschat. De winning is grootschalig en de omstandigheden zijn omstreden: de mijnbouw is regelmatig onderwerp van rapporten over arbeidsomstandigheden, aardverschuivingen en de financiering van gewapende groepen. Wie jadeiet koopt, koopt uit een keten die om die redenen navraag verdient.
De tweede jadeietbron is de Motagua-vallei in Guatemala, het materiaal van de Olmeken en de Maya. Daarnaast komt jadeiet in kleine hoeveelheden uit Rusland, Kazachstan, Japan en Californië.
Nefriet is ruimer verspreid. De klassieke Chinese bron is Hetian, het oude Khotan, in Xinjiang, waar de witte jade vandaan komt die in de Chinese traditie het hoogst staat. Brits-Columbia in Canada is vandaag een van de grootste producenten van groen nefriet, en verder wordt het gewonnen in Siberië, Australië, Taiwan en Nieuw-Zeeland, waar het Māori-woord pounamu is.
Wat er over gezegd wordt
Dit deel beschrijft geschiedenis, symboliek en overtuigingen: wat mensen over jade hebben gezegd en geloofd, niet wat de steen doet.
Van alle stenen in een collectie heeft jade de langste en best gedocumenteerde culturele geschiedenis. In China worden nefrieten voorwerpen gemaakt vanaf het neolithicum, ruim vierduizend jaar voor Christus, terwijl de Liangzhu-cultuur in de Yangtze-delta liet duizenden jadeschijven en -cilinders achter, de bi en de cong, in graven van de elite. In de latere confucianistische traditie werd jade verbonden met deugd: Confucius somt in de Li Ji de eigenschappen van jade op als beeld voor wijsheid, rechtvaardigheid en integriteit. Een veel aangehaald gezegde stelt dat goud een prijs heeft en jade geen prijs heeft. Jade werd doorgegeven binnen families, meegegeven in graven en in sieraden gezet die kinderen als bescherming droegen.
In Meso-Amerika had jadeiet dezelfde status. Bij de Olmeken, Maya en Azteken was groene jade kostbaarder dan goud en verbonden met maïs, water en leven, en maya-vorsten werden begraven met jademaskers; het masker van koning K’inich Janaab’ Pakal uit Palenque is het bekendste voorbeeld. Bij de Māori van Nieuw-Zeeland is pounamu een taonga, een erfstuk met eigen naam en geschiedenis, waaruit onder meer de hei-tiki-hanger en de patu-strijdknots werden gemaakt.
De westerse naam verwijst naar een medisch geloof. Spaanse veroveraars noemden de steen piedra de ijada, lendensteen, omdat hij tegen nieraandoeningen zou helpen. Via een Franse leesfout werd dat le jade. Dezelfde gedachte zit in de naam nefriet, van het Griekse nephros, nier. Beide namen leggen dus een gezondheidsclaim vast die men in de zestiende eeuw serieus nam; die claim is nooit onderbouwd.

In de kristalpraktijk
Jade heeft in de kristalpraktijk een streepje voor. Weinig stenen dragen zo veel eeuwenoude symboliek met zich mee. De moderne praktijk bouwt daar grotendeels op voort, in plaats van iets nieuws te verzinnen. De koppeling aan geluk, overvloed en harmonie komt rechtstreeks uit de Chinese traditie, waarin jade al voor het begin van de jaartelling met deugd en welstand werd geassocieerd, lang voordat er een woord als chakra bij kwam kijken. In de kristalleer van vandaag wordt daar het hartchakra aan toegevoegd, het centrum voor liefde en verbinding, wat mooi bij het groen van de steen past.
Een hangertje bij de hartstreek. Een armbandje. Een klein blokje op de vensterbank van de woonkamer. Sommigen leggen een stuk jade op het nachtkastje, in de hoop op rustige dromen. Anderen dragen het juist naar een sollicitatiegesprek, als een soort geluksbrenger, precies zoals dat ook binnen de oudere Chinese familietraditie gebeurde, waar jade van generatie op generatie werd doorgegeven.
Het populairste hedendaagse gebruik is intussen niet spiritueel maar cosmetisch. Gezichtsrollers en gua sha-stenen van jade zijn overal te koop, en worden verkocht op een gevoel van rust en een koel, glad oppervlak. Dat koele gevoel is echt, al is het gewoon natuurkunde: steen geleidt warmte anders dan huid. Wat er verder aan wordt toegeschreven, spanning die zou “wegvloeien” of energie die zou “stromen”, hoort bij het verhaal eromheen en niet bij het mineraal zelf. Wie jade koopt om die redenen, koopt een stuk cultuurgeschiedenis met een moderne laag eroverheen. Dat is op zichzelf een mooi gegeven. Het is alleen geen bewezen werking op het lichaam.

Herkennen en verzorgen
Bij geen enkele steen is nep zo gebruikelijk als bij jade. Veel van wat als jade wordt verkocht, is serpentiniet, verkocht als “new jade”, “Korean jade” of “olive jade”; aventurijnkwarts, verkocht als “Indian jade”; of gekleurde kwartsiet en marmer, verkocht als “Malaysia jade”. Geen van die materialen is jade. Eén regel helpt enorm: als er een land, kleur of bijvoeglijk naamwoord vóór het woord jade staat, is het meestal geen jade. Vraag om de mineraalnaam, jadeiet of nefriet.
Praktische aanwijzingen: echte jade is opvallend zwaar voor zijn formaat, vooral jadeiet met een dichtheid van 3,3. Het voelt koel en blijft koel, en bij een tik tegen een andere steen geeft jade een heldere, wat zingende klank in plaats van een dof geluid. Serpentiniet is met hardheid 3 tot 5 veel zachter en laat zich met een stalen mespunt krassen; jade niet. Verder wordt jade veel gebleekt en met polymeer geïmpregneerd, of gekleurd; dat is met het oog niet te zien en vraagt om een verklaring van de verkoper of een laboratoriumrapport.
Jade is taai en daardoor relatief zorgeloos in gebruik. Het mag kort water zien: lauw water, milde zeep alleen als dat nodig is, daarna afdrogen, en geen ultrasoon bad en geen stoom bij geïmpregneerd of gekleurd materiaal, want dat kan de vulling of de kleur aantasten. Zonlicht doet natuurlijke jade niets, maar gekleurde jade verbleekt. Rollers niet in de vriezer leggen, eventueel kort in de koelkast, en de metalen as niet onderdompelen.
Veelgestelde vragen
Is jade één mineraal? Nee. Jade is een verzamelnaam voor twee gesteenten: jadeiet, een pyroxeen, en nefriet, een amfibool. Sinds 1863 is dat onderscheid bekend.
Wat is harder, jadeiet of nefriet? Jadeiet, met 6,5 tot 7 tegen 6 tot 6,5. Nefriet is echter taaier en breekt minder makkelijk.
Is mijn jade gezichtsroller echt jade? Vaak niet. Goedkope rollers zijn meestal serpentiniet of gekleurde kwartsiet. Dat maakt ze niet onbruikbaar, maar het is geen jade.
Mag jade in water? Ja, kort. Lauw water en direct afdrogen. Bij gekleurd of geïmpregneerd materiaal liever alleen een vochtige doek.
Waarom is jade zo duur? Jadeiet van sieraadkwaliteit komt vrijwel alleen uit Myanmar en is schaars. Nefriet is ruimer verkrijgbaar en daardoor veel goedkoper.
Wat betekent imperial jade? De felgroene, doorschijnende jadeietkwaliteit waarvan het groen van chroom komt. Het is de duurste variant en ook de meest geïmiteerde.
Nuance
Er is geen wetenschappelijk bewijs dat jade of enige andere edelsteen ziekten geneest, klachten verhelpt, de huid verbetert of lichamelijke of geestelijke processen beïnvloedt. Dat de naam jade en de naam nefriet beide naar de nieren verwijzen, is een historische gezondheidsclaim uit de zestiende eeuw en geen bevinding. Wat onder “Wat er over gezegd wordt” en “In de kristalpraktijk” staat, is cultuurgeschiedenis, traditie en toeschrijving, geen aangetoonde werking. Een steen is geen medicijn en geen vervanging voor medische of psychologische zorg. Heb je klachten, ga dan naar een huisarts.
Bekijk de jade gezichtsroller in /shop/jade-face-rollers/ en het jade hart in /shop/edelsteen-harten/.

Jade uit de voorraad
De jade gezichtsroller en het jade edelsteen hart, met foto van het stuk zelf.