Over deze steen
De naam ammoniet verwijst naar de opgerolde ramshoorns van de Egyptische god Amon, en Plinius de Oudere noemde de fossielen al hammonis cornua, hoorns van Ammon. In Engeland werden ze eeuwenlang snakestones genoemd: opgerolde slangen die volgens de overlevering versteend zouden zijn, en verzamelaars sneden er soms zelfs een slangenkop bij. In de negentiende eeuw kregen ammonieten een vaste plaats in natuurkabinetten, en in de kristalpraktijk van nu wordt de spiraal vaak als symbool van groei en van de lange lijn van de tijd gelezen.
Deze ammoniet is een gepolijst fossiel van een uitgestorven zeedier dat leefde in een spiraalvormige schelp, vergelijkbaar met de hedendaagse maar veel grotere neef van de nautilus. Door het polijsten zijn de gedraaide kamers van de schelp goed te zien, soms met een lichte kleurschakering waar mineralen de oorspronkelijke schelp hebben vervangen. Ammonieten leefden honderden miljoenen jaren geleden. Ze worden nu als fossiel gevonden op meerdere plekken ter wereld. Onder meer in Marokko, waar veel van de in Nederland verkochte exemplaren vandaan komen. Er zijn twee exemplaren op voorraad. Als verzamelstuk is een ammoniet vooral geliefd vanwege de geschiedenis. Je hebt een stukje versteend zeeleven van vele miljoenen jaren oud in handen.






