Obsidiaan

Obsidiaan is natuurlijk vulkanisch glas dat ontstaat wanneer siliciumrijke lava zo snel afkoelt dat de atomen geen tijd hebben om een kristalrooster te vormen; het heeft een hardheid van 5 tot 6 op de schaal van Mohs en breekt schelpvormig in vlijmscherpe randen.

Obsidiaan zilver - edelsteen bij CrystalKoorn
KenmerkObsidiaan
SamenstellingAmorf silicaatglas, 70 tot 75 gewichtsprocent SiO2, plus aluminium, natrium, kalium en ijzer
KristalstelselGeen; amorf glas (mineraloïde, geen mineraal)
Hardheid (Mohs)5 tot 6
Dichtheid2,35 tot 2,60 g/cm3
KleurZwart, soms bruin, groen of grijs; zilver- of goudglans door gasbelletjes
GlansGlasglans
BreukSchelpvormig, met scherpe randen
Belangrijkste vindplaatsenMexico (Sierra de las Navajas, Pachuca), Verenigde Staten (Oregon, Californië), IJsland, Turkije (Göllü Dağ), Armenië, Lipari (Italië)

Wat is het

Obsidiaan is geen mineraal. Een mineraal heeft per definitie een geordend atoomrooster, en dat is precies wat obsidiaan mist. Het is glas: een vaste stof waarin de atomen in de wanordelijke opstelling van een vloeistof zijn blijven staan. Vakmatig heet zoiets een mineraloïde. Chemisch komt obsidiaan overeen met rhyoliet, het vulkanische equivalent van graniet, met 70 tot 75 gewichtsprocent siliciumdioxide en daarnaast aluminium, natrium, kalium en wat ijzer. Het watergehalte van vers obsidiaan is laag, onder één procent.

Omdat er geen rooster is, zijn er ook geen splijtvlakken en geen kristalvorm. Obsidiaan breekt schelpvormig, in gladde gebogen vlakken, en de rand van zo’n breuk is buitengewoon scherp. Een vakkundig afgeslagen obsidiaanscherf kan een snijrand hebben in de orde van enkele nanometers dik, veel fijner dan een stalen scalpel. Die eigenschap is de reden dat obsidiaan wereldwijd het favoriete materiaal was voor messen, pijl- en speerpunten waar het beschikbaar was, en dat vuursteen elders die rol speelde. Obsidiaanmesjes zijn in de moderne tijd door enkele artsen en onderzoekers gebruikt en getest, maar ze zijn niet toegelaten voor reguliere chirurgie; het is nooit standaardpraktijk geworden.

De zwarte kleur komt van fijn verdeeld ijzer- en magnetietstof, niet van koolstof. Twee bekende variëteiten zijn sneeuwvlokobsidiaan en glansobsidiaan. De witte vlokjes in sneeuwvlokobsidiaan zijn stervormige clusters van cristobaliet, een kwartsvorm die plaatselijk in het glas is uitgekristalliseerd. De zilveren of gouden glans van glansobsidiaan komt van lagen uiterst kleine gasbelletjes die het licht als een spiegel weerkaatsen; bij het zeldzame “fire obsidian” komt de kleur van laagjes nanodeeltjes en werkt hetzelfde interferentieprincipe als bij een zeepbel.

Hoe het ontstaat

Voor obsidiaan zijn drie dingen nodig: lava met veel silica, een hoge stroperigheid en snelle afkoeling. Siliciumrijke lava is zo taai dat hij bij uitvloeiing amper stroomt; hij kruipt als een dikke koepel of een korte, hoge lavastroom uit de krater. Wordt zo’n massa aan de buitenkant snel afgekoeld, door lucht of door water, dan kunnen de atomen zich niet meer tot kristallen ordenen en bevriest de wanorde. Daarom zit obsidiaan vaak als een korst of een randzone aan lavakoepels van rhyolietische vulkanen, en is de kern van diezelfde koepel doorgaans wel kristallijn.

Obsidiaan is een metastabiel materiaal. Op geologische tijdschaal wil het glas zich alsnog ordenen, een proces dat devitrificatie heet en dat door water in het gesteente wordt versneld. Het glas neemt langzaam water op en kristalliseert tot een fijnkorrelige massa van kwarts en cristobaliet; de doorzichtigheid en de scherpe breuk gaan daarbij verloren. Daarom is obsidiaan in geologische termen jong materiaal. Ongewijzigd obsidiaan ouder dan het Krijt is niet bekend, en het meeste obsidiaan dat er nog echt uitziet als obsidiaan, is minder dan enkele tientallen miljoenen jaren oud. Voor een steen die zo oer aandoet, is dat een verrassende uitkomst: obsidiaan is geologisch gezien een van de jongste materialen in een edelstenencollectie, en versteend hout is er tien keer zo oud.

Diezelfde wateropname wordt door archeologen gebruikt als dateringsmethode: de dikte van het gehydrateerde laagje op een afgeslagen vlak groeit in de tijd en verraadt ruwweg hoe lang geleden het mesje is gemaakt.

Waar het vandaan komt

Obsidiaan komt alleen voor bij jonge rhyolietische vulkanen, en dat maakt het aanbod geografisch beperkt. Mexico is een van de rijkste gebieden, met de Sierra de las Navajas bij Pachuca als bekendste bron; die groeve is in de precolumbiaanse tijd op grote schaal ontgonnen. In de Verenigde Staten zijn Oregon, met onder meer de Glass Buttes, en het Californische Coso- en Mono-gebied bekende herkomsten, naast Obsidian Cliff in Yellowstone.

In Europa en het Midden-Oosten zijn IJsland, het Italiaanse eiland Lipari, het Griekse Melos, het Turkse Göllü Dağ en Nenezi Dağ in Cappadocië en verschillende Armeense vulkanen de klassieke gebieden. Verder komt obsidiaan uit Kenia, Ethiopië, Japan, Indonesië en Nieuw-Zeeland.

Wat in winkels als zilverobsidiaan wordt verkocht, komt meestal uit Mexico. Obsidiaan is niet zeldzaam en niet duur als grondstof; de prijs zit in het slijpen en polijsten, want het materiaal is lastig te bewerken zonder splinters.

Wat er over gezegd wordt

Dit deel beschrijft geschiedenis en overtuigingen: wat mensen met obsidiaan hebben gedaan en erover hebben geloofd, niet wat de steen doet.

Obsidiaan is een van de best gedocumenteerde grondstoffen uit de archeologie, en dat komt door een gelukkig toeval: elke vulkaan heeft zijn eigen chemische vingerafdruk, en die is meetbaar. Daardoor kunnen onderzoekers van een afgeslagen mesje van tienduizend jaar oud zeggen uit welke groeve het komt. Zo zijn complete handelsnetwerken in kaart gebracht. Obsidiaan van het eiland Melos in de Egeïsche Zee ligt vanaf het zevende millennium voor Christus op het Griekse vasteland, op de Cycladen en aan de westkust van Anatolië, wat bewijst dat er in het neolithicum al over open zee werd gevaren. Het Anatolische Göllü Dağ leverde vanaf het negende millennium voor Christus gestandaardiseerde klingen die tot in de Levant en Mesopotamië werden verhandeld.

In Meso-Amerika was obsidiaan een centraal materiaal. Het Nahuatl-woord is itztli. De Azteken maakten er messen, pijlpunten en de macuahuitl van: een houten zwaard met obsidiaanklingen in de zijkanten. Gepolijste obsidiaanspiegels waren voorbehouden aan priesters en de elite en werden bij rituelen gebruikt. De god Tezcatlipoca, wiens naam “rokende spiegel” betekent, wordt met zo’n spiegel weergegeven. Een van die Meso-Amerikaanse spiegels kwam in de zestiende eeuw in Engeland terecht bij John Dee, hofastroloog van Elizabeth I, die hem voor zijn zienerspraktijk gebruikte; het stuk ligt in het British Museum.

Edelstenen in eivorm, torenvorm en als trommelsteen

In de kristalpraktijk

Obsidiaan is in de kristalpraktijk een van de zwaardere stenen om mee te werken, in figuurlijke zin. De diepzwarte kleur en het spiegelende oppervlak worden er verbonden met bescherming, begrenzing en de confrontatie met wat iemand liever niet onder ogen ziet. Geen zachte, troostende associatie dus, eerder een strenge. In de chakraleer hoort obsidiaan meestal bij het wortelchakra, het centrum dat in die traditie voor aarding en een gevoel van veiligheid staat, al noemen sommige bronnen daarnaast ook nog een verband met het derde oog, vanwege datzelfde spiegeleffect.

Mensen die de steen om die reden aanschaffen, dragen hem vaak als een klein stuk in de zak. Of leggen een gepolijste bol op een bureau, of naast het meditatiekussen. Anderen gebruiken obsidiaan tijdens een moeilijke periode. Als tastbaar houvast bij iets wat ze willen afsluiten.

Het spiegelende oppervlak zelf is oud gereedschap voor iets anders dan alleen kijken. Gepolijste obsidiaanspiegels werden in Meso-Amerika door priesters gebruikt bij rituelen, en de bekendste, ooit eigendom van de Engelse hofastroloog John Dee, ligt tegenwoordig in het British Museum. Uit die geschiedenis van spiegelen en zien is in de moderne kristalwereld een idee van zelfreflectie gegroeid. In het zwart kijken om iets over jezelf te zien. Dat sluit weer aan bij de gedachte van confrontatie met het eigen innerlijk. Dat is een mooie, samenhangende lijn van betekenis. Het is ook duidelijk een lijn die achteraf is getrokken, van een oud priesterlijk ritueel via de negentiende-eeuwse belangstelling voor zieners naar een modern zelfhulpbeeld, en niet een ononderbroken overlevering die zomaar is doorverteld. Wie obsidiaan koopt voor die symboliek, koopt geschiedenis en duiding. Geen aangetoonde werking van vulkanisch glas.

Obsidiaan zilver, gepolijst

Herkennen en verzorgen

Obsidiaan en gewoon zwart glas onderscheiden is de moeilijkste opgave op deze pagina, want ze zijn chemisch verwant. Aanwijzingen: obsidiaan is zelden volkomen homogeen. Bekijk een dunne rand tegen sterk licht, dan is echt obsidiaan bruinachtig doorschijnend en zie je vaak streping, minuscule gasbelletjes op een rij of kleine kristalletjes. Massief zwart, volstrekt egaal materiaal met een gietnaad of een verzonken vlakje is industrieel glas. Zilverglans hoort op één vlak te liggen en mee te bewegen bij kantelen.

Let op namen. Blauw, paars of regenboogkleurig “obsidiaan” met felle, verzadigde kleuren is bijna altijd kunstglas. “Goudobsidiaan” en “blauwe obsidiaan” uit goedkope handel zijn verdacht; zilver- en goudglans in bescheiden vorm bestaan wel. Apachetranen zijn echte, kleine ronde obsidiaanknollen. Met hardheid 5 tot 6 is obsidiaan zachter dan kwarts en krast het snel, maar het krast wel een mespunt.

Obsidiaan mag kort water zien: lauw water, geen zeep, direct afdrogen. Langdurig weken is onnodig; water versnelt op lange termijn juist de hydratatie van het glas. Grote temperatuursprongen zijn af te raden, want glas barst daarvan. Zonlicht doet obsidiaan niets.

Het belangrijkste is voorzichtigheid bij schade. Een gebroken obsidiaan geeft glasscherpe randen en splinters. Valt een stuk, ruim het dan op zoals je glas opruimt, met een stoffer en een vochtige doek voor de splinters. Bewaar obsidiaan niet los tussen andere stenen: het krast en het splintert.

Veelgestelde vragen

Is obsidiaan een steen of glas? Glas. Het is natuurlijk vulkanisch glas zonder kristalrooster en daarmee formeel geen mineraal, maar een mineraloïde.

Hoe hard is obsidiaan? 5 tot 6 op de schaal van Mohs. Zachter dan kwarts, dus het krast makkelijk en het splintert bij een val.

Waarom is obsidiaan zo scherp? Omdat het schelpvormig breekt en er geen kristalkorrels zijn die de breuk afronden. Een vakkundig afgeslagen rand is scherper dan staal.

Wat maakt de zilverglans in mijn obsidiaan? Lagen van uiterst kleine gasbelletjes die het licht weerkaatsen. Het effect is richtingsgebonden en beweegt bij kantelen.

Mag obsidiaan in water? Kort, lauw water zonder zeep, daarna afdrogen. Langdurig in water leggen is niet nodig en niet verstandig.

Hoe oud is obsidiaan? Geologisch jong. Het glas kristalliseert in de loop van miljoenen jaren langzaam om, dus ongewijzigd obsidiaan ouder dan het Krijt komt niet voor.

Nuance

Er is geen wetenschappelijk bewijs dat obsidiaan of enige andere edelsteen ziekten geneest, klachten verhelpt, mensen beschermt of lichamelijke of geestelijke processen beïnvloedt. Wat onder “Wat er over gezegd wordt” en “In de kristalpraktijk” staat, is archeologie, geschiedenis en toeschrijving. Een steen is geen medicijn en geen vervanging voor medische of psychologische zorg. Heb je klachten, ga dan naar een huisarts, en stop nooit met een behandeling vanwege een steen.

Bekijk de gepolijste obsidiaan in /shop/obsidiaan/.

Edelstenen tussen de boeken in een houten boekenkast

Obsidiaan uit de voorraad

Gepolijste zilverobsidiaan, met de glans die bij het draaien over het oppervlak trekt.